Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken in de zaak tussen
[naam 1] (ook genoemd: [naam 1]), eiser,
[naam 3],
Rechtbank Den Haag
Eisers, Iraanse nationalen, dienden asielaanvragen in na diverse bedreigingen, mishandelingen en intimidaties vanwege vermeende politieke activiteiten. De staatssecretaris wees de aanvragen af omdat de vermoedens over daders en motieven niet geloofwaardig werden geacht.
De rechtbank oordeelt dat alle door eisers genoemde gebeurtenissen geloofwaardig zijn, maar dat de staatssecretaris onvoldoende heeft gemotiveerd waarom deze feiten niet kwalificeren voor asielverlening. De beoordeling van de vermoedens over daders en motieven is onvoldoende onderbouwd, met name ten aanzien van de rol van de Iraanse overheid.
De rechtbank stelt dat verweerder niet in redelijkheid tot zijn conclusie kon komen en vernietigt de besluiten wegens strijd met artikel 3:46 Awb Pro. Eisers krijgen gelijk en de zaak wordt terugverwezen voor een nieuwe beoordeling. Tevens worden de proceskosten aan eisers toegekend.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de afwijzing van de asielaanvragen wegens onvoldoende motivering en beveelt een nieuwe beoordeling.