Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken in de zaken tussen
[eiser1],
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,
Procesverloop
Feiten en omstandigheden
Overwegingen
Beslissing
.
Rechtbank Den Haag
Eisers, drie familieleden van Soedanese nationaliteit, werd op 5 oktober 2012 op luchthaven Schiphol de verdere toegang tot Nederland geweigerd nadat zij aangaven asiel te willen aanvragen. Tevens werd een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd, welke later werd opgeheven. Eisers stelden dat de weigering in strijd was met Unierecht en dat zij niet gehoord waren voorafgaand aan het besluit. De rechtbank overwoog dat op grond van artikel 13 van Pro de Schengengrenscode en artikel 3 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 de verdere toegang geweigerd kan worden, ook aan asielzoekers, en dat de Koninklijke Marechaussee bevoegd is deze besluiten te nemen.
Hoewel de rechtbank erkende dat eisers niet in de gelegenheid waren gesteld hun zienswijzen te geven, achtte zij dit niet benadelend omdat eisers geen nieuwe omstandigheden hadden aangevoerd. De beroepen werden daarom ongegrond verklaard en de besluiten bleven in stand. Wel werd verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan eisers.
De rechtbank wees prejudiciële vragen af en bevestigde dat administratief beroep openstaat tegen toegangsweigeringen. De uitspraak werd gedaan door rechter R.A. Sipkens op 29 oktober 2013, met mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De beroepen tegen de toegangsweigeringen worden ongegrond verklaard en de besluiten blijven in stand ondanks schending van de hoorplicht.