Eiseres, van Pakistaanse nationaliteit en gehuwd met een in Nederland wonende referent, verzocht om een visum voor kort verblijf om zich voor te bereiden op een inburgeringscursus. Verweerder wees het verzoek af met het argument dat de tijdige terugkeer naar Pakistan niet gewaarborgd was. De rechtbank oordeelt dat eiseres voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij het doel en de omstandigheden van het verblijf kan staven, mede vanwege haar huwelijk en de voorbereiding op het inburgeringsexamen.
De rechtbank constateert dat verweerder ten onrechte geen acht heeft geslagen op de financiële ondersteuning door de echtgenoot en dat het besluit onvoldoende gemotiveerd is. Tevens is de hoorplicht geschonden doordat verweerder afzag van het horen van eiseres terwijl dit niet redelijkerwijs uitgesloten kon worden dat het bezwaar tot een ander besluit zou leiden.
Gelet op deze tekortkomingen verklaart de rechtbank het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen, waarbij eiseres gehoord moet worden. Daarnaast worden de proceskosten en het griffierecht aan eiseres toegewezen.