ECLI:NL:RBDHA:2013:19452
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beslissing wrakingsverzoek tegen rechters rechtbank Den Haag inzake omgangsregeling
De zaak betreft een wrakingsverzoek van verzoekster tegen de rechters van de rechtbank Den Haag naar aanleiding van een beslissing om de omgang tussen verzoekster en haar zoon per direct te schorsen. De vader van de zoon had verzocht tot wijziging en opschorting van de omgangsregeling vanwege zorgelijke signalen bij de zoon.
Tijdens de zitting op 10 september 2013 werd besloten een gedragsdeskundige te benoemen en de omgang tijdelijk te schorsen in het belang van de zoon. Verzoekster stelde dat de rechters niet neutraal waren omdat zij eerdere uitspraken van andere rechters niet volgden en bracht nieuwe gronden aan tijdens de wrakingszitting op 16 september 2013.
De wrakingskamer oordeelde dat nieuwe gronden te laat werden ingebracht en dat het wrakingsverzoek zich uitsluitend richtte op de beslissing tot schorsing van de omgang, die als een einduitspraak moet worden beschouwd. Omdat het verzoek niet tijdig was ingediend en geen vooringenomenheid was aangetoond, werd verzoekster niet-ontvankelijk verklaard. De hoofdzaak wordt voortgezet zoals die was ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek van verzoekster is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige indiening en onvoldoende onderbouwing.