ECLI:NL:HR:2010:BN2366
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J.W. Ilsink
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn en wrakingsverzoek buiten beschouwing gelaten
In deze zaak heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie van verdachte behandeld tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Het hof had het wrakingsverzoek van verdachte buiten beschouwing gelaten omdat dit was ingediend na het uitspreken van het arrest, hetgeen door de Hoge Raad als juist werd beoordeeld.
Daarnaast had het hof de vorderingen van de benadeelde partijen toegewezen en verdachte veroordeeld tot betaling van de schadevergoedingen. De Hoge Raad oordeelde dat het hof hiermee geen onrechtmatige beslissing had genomen en dat het naast toewijzing van de vorderingen ook een veroordeling tot betaling mocht opleggen.
De Hoge Raad constateerde dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden, omdat meer dan zestien maanden waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Dit leidde tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van vier jaar en zes maanden naar vier jaar en vier maanden.
De overige middelen van cassatie werden verworpen omdat zij geen aanleiding gaven tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad vernietigde derhalve uitsluitend de duur van de gevangenisstraf en bevestigde het overige arrest.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot vier jaar en vier maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn; het wrakingsverzoek wordt terecht buiten beschouwing gelaten.