ECLI:NL:RBDHA:2013:19661
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- A.J. van Putten
- J.T.H. Zimmerman
- H.J. Schaberg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing toepassing artikel 64 Vreemdelingenwet wegens onvoldoende motivering medische reisvoorwaarden hiv-patiënt
Eiser, een hiv-geïnfecteerde Nigeriaanse vreemdeling, verzocht om toepassing van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, waardoor uitzetting achterwege blijft indien reizen medisch onverantwoord is. Verweerder wees dit verzoek af op basis van een advies van het Bureau Medische Advisering (BMA), dat stelde dat behandeling in Nigeria medisch-technisch mogelijk is en dat fysieke overdracht niet noodzakelijk is, mits medicatie voor twee weken wordt meegegeven.
De rechtbank oordeelt dat het BMA-advies onvoldoende inzichtelijk is omtrent de noodzaak van resistentietesten, een essentieel onderdeel van hiv-behandeling, en dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de periode na aankomst van twee weken geldt. Ook is onvoldoende onderbouwd waarom fysieke overdracht niet altijd noodzakelijk is. De vaste uitvoeringspraktijk dat het BMA-advies ook een periode na aankomst omvat, is een beleidskeuze en geen medisch advies.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat op het beroep is beslist. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.