ECLI:NL:RBDHA:2013:19695
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling behoud verblijfsrecht niet-geregistreerd partners van Unieburgers na relatiebeëindiging
Eiseres, van Ghanese nationaliteit, had vanaf november 2006 verblijf als partner van een Britse Unieburger. Na het beëindigen van hun relatie in september 2010 werd haar verblijfsrecht ingetrokken. Zij verzocht om behoud van verblijf op grond van artikel 8.15 van het Vreemdelingenbesluit 2000, ook voor niet-geregistreerde partners.
De rechtbank overweegt dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in een eerdere uitspraak heeft bevestigd dat behoud van verblijf ook geldt voor niet-geregistreerde partners, mits zij een duurzame relatie van minimaal drie jaar hebben gehad. De rechtbank volgt dit oordeel en verwerpt het standpunt van verweerder dat dit alleen geldt bij humanitaire redenen.
De rechtbank verklaart het beroep tegen de intrekking van het verblijfsrecht gegrond en vernietigt het bestreden besluit. De aanvraag voor het document 'duurzaam verblijf burgers van de Unie' wordt ongegrond verklaard omdat eiseres niet voldoet aan het vereiste van vijf jaar ononderbroken verblijf. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van het verblijfsrecht wordt vernietigd; de aanvraag voor duurzaam verblijf wordt afgewezen.