Uitspraak
(gemachtigde:[A]),
Rechtbank Den Haag
Eiser maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning en de daaraan gekoppelde aanslagen onroerende-zaakbelastingen en rioolheffing voor 2012. Verweerder had het bezwaar gegrond verklaard en de waarde en aanslagen verminderd. Tevens kende verweerder een proceskostenvergoeding toe, waarbij voor het verschijnen bij de hoorzitting slechts een kwart punt werd toegekend vanwege de gecombineerde behandeling van zes zaken in minder dan een half uur.
Eiser stelde dat ten onrechte slechts een kwart punt werd toegekend, omdat het om vier afzonderlijke zaken ging die niet samenhangend waren. Verweerder stelde dat de korte duur van de gecombineerde hoorzitting en de bijzondere omstandigheden rechtvaardigden af te wijken van het standaard puntensysteem. De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van samenhangende zaken, maar dat de bijzondere omstandigheden van de korte gecombineerde hoorzitting een afwijking rechtvaardigden.
De rechtbank vond dat verweerder op goede gronden het puntensysteem als richtlijn had gebruikt en door een kwart punt toe te kennen een vergoeding had vastgesteld die recht deed aan de strekking van het Besluit proceskosten bestuursrecht. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de hoogte van de proceskostenvergoeding is ongegrond verklaard en de vergoeding van een kwart punt voor de hoorzitting bevestigd.