Eisers hebben bezwaar gemaakt tegen het besluit van verweerder om niet handhavend op te treden tegen Betonfabriek Vrijenban B.V. vanwege overtredingen van de milieuvergunning. Verweerder wees het handhavingsverzoek af, stellende dat geen overtredingen waren geconstateerd en dat de geluid- en trillingsmetingen voldeden aan de normen.
De rechtbank stelde vast dat verweerder ten onrechte niet was ingegaan op het verzoek tot inning van verbeurde dwangsommen, terwijl uit een politierapport bleek dat op 17 september 2011 een overtreding had plaatsgevonden. De invordering van deze dwangsommen is echter verjaard, zodat het verzoek om invordering wordt afgewezen.
Verder oordeelde de rechtbank dat verweerder het bestreden besluit niet op het rapport van Peutz mocht baseren, omdat daarin niet was onderzocht of trillingshinder door bepaalde apparaten nabij de woning van eisers kon optreden. De rechtbank draagt verweerder op om alsnog trillingsmetingen te verrichten bij de woning van eisers wanneer de inrichting in bedrijf is.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit, en bepaalde dat verweerder binnen 12 weken een nieuw besluit moet nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eisers.