ECLI:NL:RBDHA:2013:9168
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken actuele bedreiging bij ongewenstverklaring vreemdeling
Verdachte werd beschuldigd van het verblijven in Nederland terwijl hij tot ongewenst vreemdeling was verklaard op grond van artikel 67 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van drie maanden. Verdachte voerde aan dat zijn ongewenstverklaring in strijd was met Europees recht, met name Richtlijn 2004/38/EG, omdat hij geen actuele bedreiging vormde.
De rechtbank oordeelde dat Richtlijn 2004/38/EG van toepassing was omdat verdachte getrouwd is met een Nederlandse staatsburger en zich met haar in België had gevestigd. De richtlijn staat het tot ongewenst vreemdeling verklaren toe, mits er sprake is van een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving.
De rechtbank stelde vast dat de eerdere veroordelingen van verdachte te lang geleden waren of niet ernstig genoeg om een actuele bedreiging te vormen. Hierdoor kon niet worden bewezen dat de ongewenstverklaring op 5 maart 2013 nog rechtsgeldig was. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van het ten laste gelegde feit en wees het bevel tot gevangenneming af.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat de bedreiging voor de samenleving niet langer actueel was en de ongewenstverklaring daardoor niet rechtsgeldig was.