ECLI:NL:RBDHA:2013:BY9418
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid van zinloosheid bescherming in Servië
Eiseres, van Servische nationaliteit, vroeg asiel aan wegens verkrachting en bedreiging door een radicale moslim. Verweerder wees de aanvraag aanvankelijk af omdat eiseres bescherming bij de Servische autoriteiten had moeten zoeken en niet aannemelijk had gemaakt dat dit zinloos was. De rechtbank oordeelde dat verweerder eerst moest onderzoeken of in Servië in het algemeen bescherming wordt geboden.
In het bestreden besluit bevestigde verweerder dat de Servische autoriteiten in het algemeen bescherming bieden, onderbouwd met ambtsberichten en rapporten tot 2011. Eiseres betwistte de actualiteit van deze bronnen en stelde dat bescherming niet effectief is, maar maakte niet aannemelijk dat het vragen van bescherming gevaarlijk of zinloos was. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht mocht verwijzen naar het ambtsbericht uit 2008 en dat eiseres onvoldoende had gemotiveerd waarom bescherming niet haalbaar zou zijn.
Verder voerde eiseres medische gronden aan tegen gedwongen terugkeer, waaronder PTSS en depressie. De rechtbank vond het medisch advies van het BMA betrouwbaar en concludeerde dat geen sprake was van een medische noodsituatie die terugkeer zou verhinderen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat het zoeken van bescherming bij Servische autoriteiten gevaarlijk of zinloos is.