ECLI:NL:RVS:2010:BL4567
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende onderzoek bescherming Iraakse autoriteiten
De vreemdeling, afkomstig uit Bagdad, werd bedreigd door leden van de Mujahedin en verzocht om asiel in Nederland. De staatssecretaris wees zijn aanvraag af op grond dat hij niet aannemelijk had gemaakt dat het vragen van bescherming bij de Iraakse autoriteiten gevaarlijk was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij zij het relaas van de vreemdeling onvoldoende waarde toekende.
In hoger beroep oordeelt de Raad van State dat de rechtbank ten onrechte voorbijging aan de concrete bedreigingen die de vreemdeling heeft ondervonden, waaronder een dreigbrief van de Mujahedin. Bovendien heeft de staatssecretaris onvoldoende onderzocht of het voor de vreemdeling daadwerkelijk gevaarlijk was om bescherming te zoeken bij de Iraakse autoriteiten, mede gelet op een ambtsbericht dat melding maakt van infiltratie van militieleden in veiligheidsorganisaties in Centraal-Irak.
De Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het besluit van de staatssecretaris en de uitspraak van de rechtbank en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten. Het besluit is in strijd met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht omdat het niet zorgvuldig is gemotiveerd.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris om de asielaanvraag af te wijzen wordt vernietigd wegens onvoldoende onderzoek naar de gevaren van het vragen van bescherming bij Iraakse autoriteiten.