ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ4324
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek opvang ongewenst verklaarde asielzoeker met medische klachten
Eiser, een Iraakse asielzoeker met medische problemen, verzocht op 24 mei 2012 om opvang. Verweerder wees dit verzoek bij besluit van 11 juni 2012 af, omdat eiser op dat moment tot ongewenst vreemdeling was verklaard en geen rechtmatig verblijf had. Eiser stelde dat hij rechtmatig verbleef omdat zijn asielprocedure nog liep, maar de rechtbank oordeelde dat op zijn asielaanvraag al in eerste aanleg was beslist en dat de ongewenstverklaring nog niet definitief was, maar wel van toepassing.
De rechtbank overwoog dat eiser redelijkerwijs mocht aannemen dat het verzoek was afgewezen toen verweerder niet reageerde binnen een redelijke termijn, waardoor het beroep ontvankelijk was. De rechtbank stelde vast dat op grond van de Vreemdelingenwet en de Regeling verstrekkingen asielzoekers geen recht op opvang bestond voor ongewenst verklaarde vreemdelingen, tenzij er zeer bijzondere omstandigheden waren.
Eiser voerde medische klachten aan, waaronder diabetes en psychische problemen, en stelde dat de weigering van opvang onmenselijke behandeling opleverde. De rechtbank vond echter dat deze omstandigheden onvoldoende waren om opvang te rechtvaardigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om opvang wordt ongegrond verklaard omdat eiser geen rechtmatig verblijf heeft en bijzondere omstandigheden niet zijn aangetoond.