ECLI:NL:RVS:2010:BO4903
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op opvang bij ongewenstverklaring vreemdeling in asielprocedure
De zaak betreft een vreemdeling die bij besluit van 18 maart 2009 ongewenst is verklaard en wiens aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang, omdat de vreemdeling geen rechtmatig verblijf kan hebben zolang de ongewenstverklaring geldt.
De vreemdeling stelde dat hij als asielzoeker moet worden aangemerkt en recht heeft op opvang conform de Opvangrichtlijn en Procedurerichtlijn, omdat de procedure inzake de ongewenstverklaring nog niet definitief was. De Raad van State bevestigt dat zolang de ongewenstverklaring niet in rechte onaantastbaar is, de vreemdeling als asielzoeker moet worden beschouwd en dat de beoordeling van het asielverzoek besloten ligt in de ongewenstverklaringsprocedure.
De rechtbank had echter terecht geoordeeld dat de vreemdeling geen recht op opvang kan ontlenen aan de Opvangrichtlijn zolang hij ongewenst is verklaard, omdat hij geen rechtmatig verblijf heeft. De klachten van de vreemdeling leiden niet tot vernietiging van de uitspraak. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.