ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ9264
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering invordering verbeurde dwangsom na ongedaanmaking overtreding en onredelijke begunstigingstermijn
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder om een verbeurde last onder dwangsom niet in te vorderen, nadat de overtreding was ongedaan gemaakt, zij het na het verstrijken van de begunstigingstermijn. De rechtbank oordeelt dat het procesbelang van eiser bij het invorderen van de dwangsom is komen te vervallen omdat het doel van de last onder dwangsom, namelijk beëindiging van de overtreding, reeds was bereikt.
Daarnaast richt het beroep zich tegen een tweede last onder dwangsom en een verlengingsbesluit van de begunstigingstermijn. De rechtbank stelt vast dat de last onder dwangsom te beperkt is geformuleerd en dat de begunstigingstermijn onredelijk lang is, mede omdat deze gekoppeld is aan de onbepaalde duur van een vergunningprocedure.
De rechtbank vernietigt het verlengingsbesluit en stelt een nieuwe, redelijke begunstigingstermijn vast. Tevens draagt zij verweerder op aanvullende handhavingsmaatregelen te treffen, waaronder het opleggen van een last onder dwangsom voor de opslag van drainagemateriaal. Verweerder wordt tevens veroordeeld tot betaling van proceskosten en een dwangsom bij niet-naleving van de opgelegde opdrachten.
Uitkomst: Beroep tegen invorderingsbesluit niet-ontvankelijk; verlengingsbesluit vernietigd en nieuwe begunstigingstermijn vastgesteld.