ECLI:NL:RBDHA:2013:CA0205
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen dwangbevel bestuursdwangkosten niet-ontvankelijk wegens executiegeschil
De eiser, eigenaar van een perceel waar een onderneming was gevestigd, kreeg van de gemeente een last onder bestuursdwang opgelegd wegens milieuovertredingen. Na het toepassen van bestuursdwang werden kosten aan eiser in rekening gebracht, welke hij niet betaalde. De gemeente vaardigde daarop een dwangbevel uit.
Eiser maakte bezwaar tegen het dwangbevel en stelde dat hij niets verschuldigd was, onder meer omdat de kosten voor rekening van zijn gefailleerde vennootschap zouden komen. De rechtbank oordeelde dat het verzet tegen het dwangbevel niet-ontvankelijk is omdat het een executiegeschil betreft en het verzet niet meer openstaat onder de gewijzigde Awb.
De rechtbank stelde vast dat het dwangbevel een juridische misslag bevatte door een onjuiste ingangsdatum van de wettelijke rente te hanteren. Het dwangbevel werd daarom buiten effect gesteld voor zover meer werd gevorderd dan de kosten van €1.833,59 vermeerderd met rente vanaf 13 september 2011. De overige vorderingen van eiser werden afgewezen en hij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzet tegen het dwangbevel is niet-ontvankelijk verklaard en het dwangbevel buiten effect gesteld voor zover meer wordt gevorderd dan €1.833,59 vermeerderd met rente vanaf 13 september 2011.