ECLI:NL:RBDHA:2013:CA0217
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering koop Hofstede Oostrijk en opheffing conservatoir beslag
De vier familieleden [A] wilden de Hofstede Oostrijk kopen nadat hun huur was opgezegd. Op 12 november 2012 vond een gesprek plaats waarin zij overeenstemming bereikten over een prijs van €1,1 miljoen. Echter, de rechtbank oordeelt dat er geen volledige wilsovereenstemming was over alle essentiële onderdelen van de koopovereenkomst, mede gezien de complexiteit van de transactie en de nog openstaande punten zoals de staat van de woonboerderij, bodemsanering en voortzetting van holistische activiteiten.
Na het afbreken van de onderhandelingen door [B] op 30 november 2012 legden de familieleden [A] conservatoir beslag op de onroerende zaken. De rechtbank wijst de vorderingen van de familieleden [A] af omdat er geen bindende koopovereenkomst tot stand is gekomen. Het conservatoir beslag wordt opgeheven omdat de vorderingen waarvoor het beslag is gelegd zijn afgewezen.
De rechtbank veroordeelt de familieleden [A] tot betaling van een schadevergoeding aan [B] wegens het onrechtmatig gelegde beslag, aangezien dit beslag [B] heeft belemmerd in een latere verkoop aan andere kopers. Tevens worden de proceskosten aan [B] toegewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af, heft het conservatoir beslag op en veroordeelt de eisers tot schadevergoeding en proceskosten aan [B].