ECLI:NL:RBDHA:2013:CA2566
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering OV-schuld na niet tijdig stopzetten reisrecht studiefinanciering
Eiser verloor per 1 september 2011 het recht op studiefinanciering en diende het reisrecht op zijn OV-chipkaart binnen vijf werkdagen te beëindigen. Eiser had zijn OV-chipkaart in oktober 2010 laten blokkeren omdat hij deze kwijt was, maar heeft het reisrecht pas op 29 februari 2012 officieel stopgezet.
De rechtbank oordeelt dat het blokkeren van de kaart niet gelijkstaat aan het beëindigen van het reisrecht. Het feit dat eiser de kaart niet meer in bezit had, ontslaat hem niet van de verplichting om het reisrecht te deactiveren bij de Minister. Onbekendheid met de regelgeving vormt geen overmachtsituatie.
De terugvordering van €816 wegens het ten onrechte beschikken over het reisrecht is terecht. De rechtbank wijst het beroep af en volgt de vaste jurisprudentie dat de vordering een compensatoire aard heeft en geen punitieve sanctie betreft.
Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de terugvordering van de OV-schuld wordt ongegrond verklaard.