ECLI:NL:RBDHA:2013:CA2577
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.J. Ebbeling
- T. van Rij
- K.M. Braun
- Rechtspraak.nl
Vernietiging naheffingsaanslag BPM wegens prematuur opleggen en geschil over heffingsrente
Eiser heeft in januari 2011 BPM op aangifte voldaan voor een Mercedes Benz en ontving op 1 maart 2011 een naheffingsaanslag van verweerder. Verweerder verklaarde bezwaar gegrond en verlaagde de aanslag, maar eiser stelde beroep in tegen de naheffingsaanslag en het bedrag aan heffingsrente.
De rechtbank oordeelt dat een naheffingsaanslag pas kan worden opgelegd nadat het kenteken op naam is gesteld, wat hier niet het geval was. Daarom dient de naheffingsaanslag te worden vernietigd en wordt het beroep gegrond verklaard. Over de hoogte van de verschuldigde belasting is het beroep ongegrond wegens onvoldoende onderbouwing van eiser.
Het beroep over de heffingsrente wordt ongegrond verklaard omdat verweerder de wettelijke bepalingen correct heeft toegepast en geen beleid bestaat om rente over een langere periode te vergoeden. De rechtbank wijst ook het verzoek tot vergoeding van werkelijke kosten af en stelt de proceskostenvergoeding vast op € 236. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Den Haag op 1 mei 2013.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM wordt vernietigd omdat deze prematuur is opgelegd, het beroep wordt gegrond verklaard en de heffingsrente wordt conform wettelijke bepalingen gehandhaafd.