ECLI:NL:RBDHA:2013:CA2594
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.J. Ebbeling
- T. van Rij
- K.M. Braun
- Rechtspraak.nl
Vernietiging naheffingsaanslag belasting personenauto's wegens prematuur opleggen
Eiseres heeft op 15 april 2011 aangifte gedaan voor de belasting van personenauto’s en motorrijwielen (Bpm) en op 29 april 2011 een naheffingsaanslag ontvangen. De rechtbank oordeelt dat een naheffingsaanslag pas kan worden opgelegd nadat het kenteken op naam is gesteld, wat hier niet het geval was, en vernietigt daarom de aanslag.
Verder is in geschil de hoogte van de verschuldigde belasting, de vergoeding van heffingsrente en de proceskostenvergoeding. De rechtbank stelt vast dat het bedrag van de verschuldigde belasting van € 1.105 correct is vastgesteld en verklaart het beroep daartegen ongegrond. Het beroep tegen de heffingsrente wordt eveneens ongegrond verklaard omdat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat een langer tijdvak voor rentevergoeding geldt.
Ten aanzien van de proceskostenvergoeding oordeelt de rechtbank dat verweerder terecht een gematigde vergoeding heeft toegekend vanwege de samenhang van de bezwaarschriften. De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van proceskosten van € 236 en vergoeding van het griffierecht. Het beroep wordt deels gegrond verklaard, deels ongegrond.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM wordt vernietigd omdat deze prematuur is opgelegd; het beroep wordt deels gegrond verklaard.