ECLI:NL:RBDHA:2013:CA2617
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.J. Ebbeling
- T. van Rij
- K.M. Braun
- Rechtspraak.nl
Vernietiging naheffingsaanslag BPM wegens prematuur opleggen
Eiser heeft in juni 2011 BPM betaald op basis van aangifte voor de registratie van een Mercedes Benz. Verweerder legde een naheffingsaanslag op omdat volgens hem de verschuldigde belasting hoger was. De bezwaren werden deels gegrond verklaard, maar eiser stelde beroep in tegen de naheffingsaanslag en de hoogte van de belasting en heffingsrente.
De rechtbank oordeelt dat een naheffingsaanslag pas kan worden opgelegd nadat het kenteken op naam is gesteld. Omdat de aanslag hier prematuur is opgelegd, wordt deze vernietigd en het beroep gegrond verklaard. Het beroep tegen de voldoening op aangifte is niet-ontvankelijk omdat de verschuldigde belasting reeds correct is vastgesteld.
Verder is het beroep tegen de heffingsrente ongegrond verklaard omdat verweerder conform de wettelijke bepalingen heeft gehandeld en geen beleid bestaat om over een langer tijdvak rente te vergoeden. De proceskostenvergoeding wordt vastgesteld op €236. De rechtbank wijst de overige vorderingen van eiser af.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM wordt vernietigd omdat deze prematuur is opgelegd; het beroep wordt gegrond verklaard.