ECLI:NL:RBDHA:2014:14045
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging herziening kinderopvangtoeslag wegens strijd met rechtszekerheidsbeginsel
Eiseres had voor 2008 een voorschot kinderopvangtoeslag ontvangen dat door verweerder in 2014 werd herzien naar nihil, waarna het gehele bedrag werd teruggevorderd. Verweerder vroeg aanvankelijk in 2009 om aanvullende informatie, die eiseres tijdig verstrekte, maar stelde pas in december 2013 opnieuw aanvullende eisen. Hierdoor werd de vijfjaarstermijn voor herziening overschreden.
De rechtbank oordeelt dat de Belastingdienst niet tijdig de definitieve vaststelling heeft gedaan en dat het verstrijken van de termijn in artikel 21 Awir Pro de herziening beperkt. De procedurele vertraging en het late verzoek om aanvullende gegevens maken de herziening onrechtmatig vanwege strijd met het rechtszekerheidsbeginsel.
Daarnaast was niet voldaan aan de voorwaarden voor het voorschot, omdat de overeengekomen opvangovereenkomsten niet aan wettelijke eisen voldeden. Desondanks stond de overschrijding van de herzieningstermijn centraal in het oordeel.
De rechtbank vernietigt de beschikkingen van 16 april en 20 mei 2014, verklaart het beroep gegrond en veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de herzieningsbeschikkingen en bepaalt dat de Belastingdienst niet langer het voorschot mag herzien vanwege overschrijding van de wettelijke termijn.