ECLI:NL:RVS:2016:3326
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering zorgtoeslag wegens detentie en geen premiebetaling
De Belastingdienst/Toeslagen stelde de zorgtoeslag van appellant over 2006 definitief vast op nihil en vorderde teveel betaalde voorschotten terug. De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant tegen de terugvorderingen over 2009, 2010 en 2011 ongegrond. Appellant voerde onder meer aan dat hij geen aanvraag had gedaan en geen voorschotten had ontvangen.
De Raad van State oordeelde dat de aanvraag van appellant voor 2008 geacht wordt ook voor de jaren 2009-2011 te gelden en dat de voorschotten terecht op een bankrekening van zijn moeder zijn gestort, waarvan appellant bevestigde dat hij die ontving. Verder is vastgesteld dat tijdens zijn detentie de rechten en plichten uit de zorgverzekering waren opgeschort, waardoor geen recht op zorgtoeslag bestond.
De Raad verwierp het betoog dat de Belastingdienst onzorgvuldig handelde of dat het vertrouwen op de voorschotten gerechtvaardigd was, omdat voorschotten een voorlopig karakter hebben en achteraf kunnen worden herzien. Ook oordeelde de Raad dat de terugvorderingen niet te laat zijn ingesteld, omdat de wettelijke termijn van vijf jaar niet was verstreken.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de uitspraken van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van zorgtoeslag wordt bevestigd.