ECLI:NL:RVS:2014:3296
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening voorschot kinderopvangtoeslag wegens onvoldoende bewijs kosten
De Belastingdienst/Toeslagen had het voorschot kinderopvangtoeslag 2009 aan appellant herzien op nihil omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt kosten voor kinderopvang te hebben gemaakt. De rechtbank oordeelde dat de herziening terecht was en verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
Appellant voerde onder meer aan dat contante betalingen met een overzicht van kwitanties en parafen voldoende bewijs vormden, en dat de Belastingdienst stukken van een FIOD-onderzoek had moeten overleggen. De rechtbank vond het verweerschrift te laat ingediend en had het buiten beschouwing moeten laten, maar dit leidde niet tot vernietiging van de uitspraak.
De Raad van State bevestigt dat het verstrijken van termijnen voor toekenning van toeslag niet verhindert dat een voorschot wordt herzien. Ook concludeert de Afdeling dat stukken van het FIOD-onderzoek niet als op de zaak betrekking hebbende stukken gelden. Het bewijs van appellant was onvoldoende om kosten aan te tonen, waardoor de herziening op nihil terecht was. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de rechtbankuitspraak bevestigd dat het voorschot kinderopvangtoeslag terecht op nihil is gesteld.