Uitspraak
Rechtbank DEN Haag
uitspraak van de meervoudige kamer van 28 november 2014 in de zaken tussen
[eiser] te [X], eiser
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Het beroep met registratienummer SGR 14/4218 (herziening en terugvordering)
Het beroep met registratienummer SGR 14/4219 (de boete)
- de aard en de ernst van de overtreding;
- de mate van verwijtbaarheid;
- de omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd;
- de omstandigheden ten tijde van de boeteoplegging.
13. In navolging van de rechtbank Midden-Nederland in haar hiervoor genoemde uitspraak, wijst de rechtbank eiser nog op de mogelijkheid van incidenteel hoger beroep, zoals geregeld in artikel 8:110 en Pro verder van de Awb. Dit kan voor eiser van belang zijn wanneer hij zich in de uitspraak van de rechtbank kan vinden, maar verweerder er voor kiest hoger beroep in te stellen. Oordeelt de hoger beroepsrechter geheel anders dan de rechtbank, dan zou eiser met lege handen staan, omdat in dat geval verweerder de omvang van het geding in hoger beroep bepaalt. Incidenteel hoger beroep is dan het instrument voor eiser om ook zijn eigen argumenten in hoger beroep beoordeeld te krijgen. Daarnaast kan vanzelfsprekend ook eiser zelf hoger beroep instellen tegen deze uitspraak.