ECLI:NL:RBDHA:2014:15822
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling dwangsom en bezwaarkostenvergoeding bij aanmaningskosten inkomstenbelasting
Eiseres stelde verweerder in gebreke wegens het niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar tegen aanmaningskosten bij de aanslag inkomstenbelasting 2011. Verweerder deed alsnog uitspraak en stelde een dwangsom van €520 vast, alsmede een bezwaarkostenvergoeding van €60,75. Eiseres betwistte de hoogte van beide bedragen en stelde dat de dwangsom hoger moest zijn en de bezwaarkostenvergoeding op een hoger tarief moest worden vastgesteld.
De rechtbank oordeelde dat de dwangsom terecht was vastgesteld over de periode van 22 dagen tussen ingebrekestelling en uitspraak, conform de Awb, en dat geen grond bestaat voor een hogere dwangsom. Tevens werd geoordeeld dat de bezwaarkostenvergoeding terecht was vastgesteld op basis van de wettelijke bepalingen en het lichte karakter van de zaak, waarbij een factor 0,25 werd toegepast op het standaardtarief.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de vastgestelde dwangsom van €520 en bezwaarkostenvergoeding van €60,75 en verklaart het beroep ongegrond.