Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 19 december 2014 in de zaak tussen
Procesverloop
1.1 Eiser is geboren op [geboortedag] 1984 en heeft de Zuid-Afrikaanse nationaliteit. Eiser is naar eigen zeggen op negenjarige leeftijd met zijn moeder vanuit Zuid-Afrika naar
Groot-Brittannië vertrokken. Eisers stiefvader heeft de Britse nationaliteit.
11 februari 2003 leren kennen en vervolgens kregen zij een relatie. Nadien zijn zij uit elkaar gegaan. Sinds 2009 zijn zij weer bij elkaar. Zij hebben nooit samengewoond. Uit de relatie tussen eiser en zijn vriendin is op [geboortedag] 2013 een zoon geboren. De zoon heeft de Nederlandse nationaliteit.
gezegd – het volgende:
2 juli 2009;
Naar het oordeel van het hof kan niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf welke onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor lange duur met zich brengt.
Daarbij is rekening gehouden met:
Een lagere straf, zoals door de raadsman bepleit, doet naar het oordeel van het hof geen recht aan de ernst van het feit en de rol die verdachte in het geheel heeft gehad. De omstandigheid dat verdachte, gelet op zijn verblijfstatus, de Europese Unie mogelijkerwijze zal dienen te verlaten indien een langere onvoorwaardelijke vrijheidbenemende straf zal worden opgelegd dan 36 maanden, maakt dit oordeel niet anders.
(…).”
17 oktober 2013 en 21 oktober 2013 heeft eiser hierop gereageerd.
– kort gezegd – uiteengezet dat het gerechtshof evenals de rechtbank eiser op basis van hetzelfde feitencomplex heeft veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf ter zake van een gewapende overval en heeft verweerder het bestreden besluit in zoverre gehandhaafd. Hoewel eiser in het kader van deze procedure de gelegenheid heeft gekregen hierop te reageren, heeft hij in zijn brief van 3 oktober 2014 ervoor gekozen niet inhoudelijk op de uitspraak van het gerechtshof van 24 november 2010 te reageren. Weliswaar heeft eiser in die brief het standpunt ingenomen dat op die uitspraak geen acht behoeft te worden geslagen, maar dat standpunt deelt de rechtbank niet, omdat verweerder thans ook de strafmotivering van die uitspraak in zijn beoordeling heeft betrokken en de uitspraak van de rechtbank zoals gezegd is vernietigd.
29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden bedoelde onderdanen van derde landen die familielid zijn van een burger van de Unie die zijn recht van vrij verkeer uitoefent.
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 december 2014.