ECLI:NL:RVS:2013:CA2837
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H.G. Sevenster
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsdocument en ongegrondverklaring beroep tegen inreisverbod vreemdeling
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor afgifte van een document dat rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan zou aantonen, welke door de minister van Justitie werd afgewezen. Na meerdere besluiten en een ongegrondverklaring van bezwaren, verklaarde de rechtbank het beroep van de vreemdeling niet-ontvankelijk. De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Raad van State overwoog dat zolang de vreemdeling ongewenst is verklaard, zij geen rechtmatig verblijf kan hebben en daardoor geen belang heeft bij behandeling van het beroep tegen de afwijzing van het verblijfsdocument. Dit oordeel is in lijn met eerdere jurisprudentie en in overeenstemming met het Unierecht, dat lidstaten verplicht effectieve rechtsbescherming te bieden zonder de uitoefening van rechten onnodig te bemoeilijken.
Daarnaast werd het beroep tegen het inreisverbod van 15 juni 2012 behandeld. De staatssecretaris had het inreisverbod uitgevaardigd en de ongewenstverklaring opgeheven. De vreemdeling voerde aan dat zij als familielid van een gemeenschapsonderdaan geen inreisverbod kon krijgen, maar dit werd verworpen omdat de relatie niet als zodanig geregistreerd was en het nationale recht de grondslag vormt voor verblijf van ongehuwde partners.
Verder stelde de vreemdeling dat geen terugkeerbesluit was genomen, maar de Raad van State oordeelde dat de eerdere besluiten voldoende administratieve vaststelling van onrechtmatig verblijf en terugkeerverplichting bevatten. Ook het beroep op humanitaire gronden en het Verdrag voor de Rechten van de Mens faalde omdat de belangenafweging door de staatssecretaris voldoende was gemotiveerd.
Het beroep tegen het inreisverbod werd derhalve ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van het verblijfsdocument en het inreisverbod wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.