ECLI:NL:RBDHA:2014:16603
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- E. Kouwenhoven
- M.A. Dirks
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslag en prijsgeven stamrechtuitkeringen in 2007
Eiser ontving in 1991 een stamrechtuitkering die vanaf zijn 65e levensjaar, in 2007, zou ingaan. Na 2006 werd slechts één uitkering gedaan, waarna eiser geen initiatief nam om verdere uitkeringen te bespreken met de Belastingdienst, ondanks de slechte vermogenspositie van de BV die het stamrecht beheerde.
De Belastingdienst legde een navorderingsaanslag op voor het jaar 2007, waarbij de waarde van de stamrechtaanspraak als loon uit vroegere dienstbetrekking werd belast. Eiser betwistte deze aanslag, stellende dat er geen nieuw feit was en dat de aanslag nietig was vanwege wijziging van de grondslag. Daarnaast voerde hij aan dat het stamrecht vóór 2007 was ingegaan en dat er geen sprake was van grove schuld.
De rechtbank oordeelde dat het feit dat eiser in 2012 verklaarde dat de uitkeringen stamrechtuitkeringen waren, een nieuw feit vormde dat rechtvaardigde dat de Belastingdienst een navorderingsaanslag oplegde. Verder werd geoordeeld dat eiser in 2007 effectief afstand had gedaan van verdere stamrechtuitkeringen, waardoor de aanspraak als loon moest worden belast. De navorderingsaanslag en de daarbij opgelegde vergrijpboete werden als terecht beschouwd.
De rechtbank wees het beroep van eiser af en bevestigde dat de aanspraak in 2007 als loon uit vroegere dienstbetrekking moest worden aangemerkt, en dat de navorderingsaanslag en boete terecht waren opgelegd.
Uitkomst: De navorderingsaanslag over 2007 en de vergrijpboete zijn terecht opgelegd omdat eiser in 2007 afstand deed van verdere stamrechtuitkeringen.