ECLI:NL:RBDHA:2014:16960
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing asielaanvraag Iraakse homoseksuele vreemdeling wegens onvoldoende motivering
Een Iraakse vreemdeling diende meerdere asielaanvragen in, waarbij hij stelde homoseksueel te zijn en bedreigd te worden door familie van een overleden vriend. De derde aanvraag werd door verweerder afgewezen vanwege ongeloofwaardigheid van zijn seksuele gerichtheid. De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de gestelde homoseksualiteit niet geloofwaardig zou zijn, mede gelet op prejudiciële vragen van de Afdeling bestuursrechtspraak aan het Hof van Justitie over de beoordeling van seksuele gerichtheid.
De rechtbank benadrukt dat de aanvraag als herhaalde aanvraag moet worden beoordeeld, maar dat de gestelde homoseksualiteit als nieuw feit kan gelden. Verweerder heeft onvoldoende rekening gehouden met het taboe en de moeilijkheden voor de vreemdeling om zijn geaardheid te verklaren. Ook is de motivering over het tijdstip van het ontdekken van zijn homoseksualiteit onvoldoende.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit, wijst het verzoek om voorlopige voorziening af en veroordeelt verweerder in de proceskosten. Het beroep is gegrond verklaard omdat het besluit onvoldoende is gemotiveerd en de beoordeling van de geloofwaardigheid van seksuele gerichtheid niet voldoet aan de vereisten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende motivering van de ongeloofwaardigheid van de seksuele gerichtheid.