De zaak betreft de omgevingsvergunning in twee fasen voor de bouw van een windturbine op het terrein Westvlietweg 7 te Den Haag. De eerste fase betrof een afwijking van de beheersverordening, de tweede fase de bouwvergunning zelf. Het college van burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg, Skagen Property Company B.V. en de Vereniging Houdt Vlietrand Groen hebben beroep ingesteld tegen de besluiten.
De rechtbank oordeelt dat het college en Skagen Property Company B.V. als belanghebbenden kunnen worden aangemerkt, terwijl Skagen B.V. en Skagen Services B.V. niet-ontvankelijk zijn verklaard. De Vereniging wordt eveneens als belanghebbende erkend. De rechtbank stelt vast dat de beheersverordening het toetsingskader vormt en dat het project strijdig is met de bouwhoogte en doeleindenomschrijving, maar dat de afwijking formeel correct is verleend.
De rechtbank bevestigt dat het project past binnen het rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid voor duurzame energie en windenergie, en dat de ruimtelijke onderbouwing voldoende is. Het negatieve welstandsadvies is gemotiveerd terzijde geschoven vanwege het duurzaamheidsstreven. Geluidshinder en slagschaduwhinder zijn onderzocht en geacht aanvaardbaar. De belangenafweging en beleidsvrijheid van verweerder zijn terughoudend getoetst en geaccepteerd.
De beroepen tegen beide fasen van de vergunning worden ongegrond verklaard, met uitzondering van het beroep van Skagen B.V. en Skagen Services B.V. dat niet-ontvankelijk is. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak bevestigt dat de vergunning terecht is verleend ondanks strijd met de beheersverordening en het negatieve welstandsadvies.