Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de inspecteur van de Belastingdienst/Belastingen, kantoor [te P], verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
- of verweerder beschikt over een navordering rechtvaardigend nieuw feit dan wel of sprake is van kwade trouw in de zin van artikel 16 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr);
- of sprake is van omkering en verzwaring van de bewijslast;
- of verweerder ter zake de verkoop van de panden terecht een winstcorrectie – met inachtneming van de ambtshalve vermindering onder 15 – van € 1.555.494 heeft toegepast;
- of, zo de betwiste correctie terecht is toegepast, eiseres de gecorrigeerde winst kan toevoegen aan de herinvesteringsreserve;
- of verweerder bij eiseres in rechte te beschermen vertrouwen heeft gewekt dat de door [K] bij de bepaling van de verkoopprijs van de panden als uitgangspunt genomen waarderingsmethode van 10 maal de feitelijke huuropbrengst van de panden door verweerder zou worden gevolgd.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- handhaaft de navorderingsaanslag en de beschikking heffingsrente zoals deze zijn vastgesteld bij de verminderingsbeschikking van 28 februari 2014 alsmede de verliesvaststellingsbeschikking, en bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het vernietigde besluit;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 974;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 318 aan eiseres te vergoeden.