Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 juli 2014 in de zaak tussen
Procesverloop
Voorts is verschenen Stichting Bureau Jeugdzorg Haaglanden, vertegenwoordigd door [C].
Rechtbank Den Haag
Een minderjarige, verzorgd door zijn grootouders die geen pleegzorgvergoeding ontvangen, vroeg bijstand aan. De gemeente wees dit af omdat minderjarigen in beginsel geen recht op bijstand hebben, tenzij er zeer dringende redenen zijn. De grootouders hebben een inkomen ruim boven de bijstandsnorm.
De rechtbank oordeelde dat de minderjarige als zelfstandig subject moet worden beschouwd, maar dat er geen acute noodsituatie of zeer dringende redenen zijn die bijstand rechtvaardigen. De grootouders kunnen de kosten van verzorging dragen, ondanks het ontbreken van pleegzorgvergoeding.
Het beroep op het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) leidde niet tot een andere conclusie, omdat de primaire verantwoordelijkheid bij de verzorgers ligt en er geen aanwijzingen zijn dat de minderjarige niet adequaat wordt verzorgd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de afwijzing van de bijstandsaanvraag.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de bijstandsaanvraag voor de minderjarige.