Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 10 juli 2014 in de zaak tussen
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Ten slotte stelt eiseres dat zij niet kan worden aangemerkt als overtreder van de Wav. Er kan slechts sprake zijn van één enkele functionele overtreder. Dat is in dit geval [A] als eigenaar van het schip. Eiseres kan niet eveneens als overtreder worden aangemerkt. Zij heeft slechts de hoedanigheid van belangenbehartiger. Uit de arbeidsovereenkomsten blijkt dat eiseres slechts rechtshandelingen heeft verricht “in naam van [A]” , dus als “lasthebber” in de zin van artikel 7:414 e.v. van het Burgerlijk Wetboek (BW).
De rechtbank stelt voorop dat ingevolge artikel 1, aanhef en onder b, ten 1, van de Wav verschillende werkgevers dezelfde vreemdeling arbeid kunnen laten verrichten en dat aan elk van hen ingevolge artikel 2, in samenhang met de artikelen 18 en 19a, eerste lid, van de Wav een boete kan worden opgelegd, indien geen van hen over een tewerkstellingsvergunning beschikt (AbRS 12 mei 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BM4168). Gelet op dit uitgangspunt is in casu de vraag aan de orde in hoeverre eiseres zelfstandig voldoet aan het begrip werkgever uit de Wav en is de vraag of sprake is van functioneel daderschap niet aan de orde.