ECLI:NL:RBDHA:2014:9303
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen sluiting strandpaviljoen wegens handel in drugs
Verzoekster exploiteert sinds 2008 een strandpaviljoen waarvoor een vergunning is verleend. De burgemeester van Den Haag heeft op 17 juli 2014 besloten het paviljoen voor zes maanden te sluiten wegens het aantreffen van handelshoeveelheden drugs tijdens een politiecontrole op 6 juli 2014.
Verzoekster maakte bezwaar en verzocht om een voorlopige voorziening. Zij voerde aan dat het onderzoek onzorgvuldig was, de sluiting disproportioneel en niet subsidiariteit, en dat zij zich niet bewust was van drugshandel. Ook stelde zij dat de aangetroffen hoeveelheden niet duidelijk handelshoeveelheden waren en dat de strafrechtelijke procedures tegen verdachten waren geseponeerd.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de burgemeester terecht uitging van handelshoeveelheden drugs en dat de exploitant verantwoordelijk is voor de gang van zaken in de inrichting. De sluiting van zes maanden is in lijn met het gemeentelijke beleid en niet kennelijk onredelijk. Er was geen sprake van een evident onrechtmatig besluit.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van het strandpaviljoen voor zes maanden wordt afgewezen.