Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.De procedure
- de dagvaarding van 16 september 2014 met producties;
- de conclusie van antwoord van 31 december 2014 met producties;
- het vonnis van 25 februari 2015 waarbij een comparitie van partijen is bepaald;
- het proces-verbaal van de op 25 augustus 2015 gehouden comparitie van partijen en de daaraan gehechte pleitnotities.
2.De feiten
Beoordeling van het geschil” is onder 38 het geschil als volgt samengevat:
Is de BCBN in principe aansprakelijk voor de kosten van die werkzaamheden?
Zo ja, heeft dan de Staat op enigerlei wijze het recht op restitutie van die kosten verwerkt?
Zo nee, zijn er dan andere redenen waarom de Staat geen recht heeft, in principe, op die kosten?
Als ook die vraag ontkennend moet worden beantwoord, dient dan het volle door de Staat gevorderde bedrag – met rente, BTW en kosten – te worden toegewezen?”
:
3.Het geschil
4.De beoordeling
in principe aansprakelijk” is voor de kosten van de herstelwerkzaamheden. De door de Bouwcombinatie gestelde schending van de opdracht bestaat er volgens haar allereerst in dat het Scheidsgerecht buiten de grenzen van de rechtsstrijd is getreden omdat de Staat aan zijn vordering niet ten grondslag heeft gelegd dat de lasonvolkomenheden op zichzelf beschouwd aansprakelijkheid van de Bouwcombinatie opleveren, maar – enkel – de stelling dat de geluidsschermen als gevolg van de lasonvolkomenheden niet voldoen aan de contractuele levensduurvereisten van 50 jaar zodat de Staat een beroep kan doen op de garantiebepaling. In verband daarmee heeft het Scheidsgerecht in de visie van de Bouwcombinatie bovendien een door haar gevoerd essentieel verweer onbesproken gelaten, te weten het verweer dat de geluidsschermen, ondanks de lasonvolkomenheden, voldeden aan de contractuele levensduurvereisten.
maar gelet op de buitengewoon complexe materie, gedeeltelijk terra incognita, is het niet goed doenlijk en, in het licht van de verweren ten gronde, ook niet zinvol daarover hier te discussiëren.” In dit betoog ligt naar het oordeel van de rechtbank besloten dat de Bouwcombinatie een inhoudelijke betwisting van de non-conformiteit van de NH-01 schermen heeft prijsgegeven.
haar oordeel over het scherm NH-02 op de analyse van de lasbeoordeling door het NIL [baseert], zoals blijkt uit productie 1.28. Zowel het NIL als TNO bevestigen dat de lassen zelfs niet geschikt zijn voor statische belastingen.”
Naar het oordeel van TNO is de consequentie van de aanwezigheid van de gevonden onvolkomenheden dat de lasbindingen niet in staat moeten worden geacht om de daarop werkende belastingen met de vereiste veiligheid te dragen. Anders gesteld: als gevolg van de aanwezige niet-toelaatbare onvolkomenheden wordt aan de eisen betreffende de constructieve veiligheid niet voldaan. Dit geldt zowel voor statische belastingen als voor wisselbelastingen waarbij vermoeiing een rol speelt.”
het geschil (…) voornamelijk juridisch bepaald [is] en niet zozeer technisch. Dat komt omdat het verweer van de Combinatie van formeel-juridische aard is: de Combinatie is niet (tijdig)in gebreke gesteld, was derhalve ten tijde van de beide aanvullende opdrachten (…) niet in verzuim;” Aan het slot van de pleitnota heeft de Bouwcombinatie onder verwijzing naar de memorie van antwoord wederom betoogd dat MUC op aangeven van de Staat rekenkundig heeft aangetoond dat de NH-02 schermen ondanks de lastekortkomingen de vereiste belastingen (HD) konden doorstaan c.q. voldeden aan de levensduureis.