ECLI:NL:RBDHA:2015:11884
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtsbescherming bij brief over discretionaire bevoegdheid staatssecretaris
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris waarin bezwaar tegen een brief over een beroep op discretionaire bevoegdheid niet-ontvankelijk werd verklaard. De kern van het geschil betrof de vraag of de brief een besluit of een handeling in de zin van de Vreemdelingenwet 2000 was, waartegen rechtsbescherming mogelijk is.
De rechtbank stelt vast dat de brief geen besluit is volgens artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en ook geen handeling die gelijkgesteld moet worden aan een beschikking volgens artikel 72, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt dat rechtsbescherming niet aan de orde is als de vreemdeling via een bestaande rechtsgang een vergelijkbaar resultaat kan bereiken.
In deze zaak kunnen eisers een aanvraag indienen voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, wat een rechtsgang is met voldoende waarborgen en een vergelijkbaar resultaat biedt als het beroep op discretionaire bevoegdheid. De rechtbank oordeelt dat het toetsingskader en de leges niet onevenredig bezwarend zijn en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard.