ECLI:NL:RBDHA:2015:13628
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Naheffingsaanslag accijns terecht opgelegd wegens niet-aangetoonde herkomst gasolie in slobtank
Eiseres exploiteert een binnenvaartonderneming met een duwcombinatie bestaande uit een duwboot en een tankduwbak met een slobtank. Tijdens een controle op 13 oktober 2011 werd in de slobtank 1.773 liter gasolie aangetroffen waarvan de herkomst niet kon worden aangetoond. Eiseres stelde dat de gehele lading volgens de regels werd vervoerd en dat de losverklaring de herkomst van de gasolie aantoonde. Tevens voerde zij aan dat Mededeling 61 niet van toepassing was omdat deze niet gepubliceerd zou zijn en dat de naheffingsaanslag in strijd was met de redelijke termijn van artikel 6 EVRM Pro.
De rechtbank oordeelde dat artikel 80 van Pro de Wet op de accijns en artikel 34 van Pro het Uitvoeringsbesluit accijns wel degelijk van toepassing zijn en dat eiseres niet heeft voldaan aan de bewijsverplichting. De losverklaring kon niet als bewijs dienen en de voorwaarden van Mededeling 61 waren niet nageleefd omdat geen ladingboek werd getoond. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel en de redelijke termijn faalden. De naheffingsaanslag is binnen de wettelijke termijn opgelegd en is terecht.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter G.J. Ebbeling op 17 november 2015.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de naheffingsaanslag accijns wegens niet-aangetoonde herkomst gasolie.