Eiser maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van een bedrijfsruimte te Den Haag, die aanvankelijk op €220.000 was vastgesteld. Na bezwaar werd de waarde verlaagd naar €175.000. Eiser stelde vervolgens beroep in met een lagere waarde van €127.000, onderbouwd met een taxatierapport.
De rechtbank oordeelde dat eiser ontvankelijk is in zijn beroep en dat er geen sprake is van misbruik van procesrecht. Verweerder heeft met verkoop- en verhuurgegevens van vergelijkbare panden en de huurwaardekapitalisatiemethode aannemelijk gemaakt dat de waarde van circa €175.896 juist is vastgesteld.
De rechtbank verwierp de door eiser gehanteerde lagere kapitalisatiefactor en risicofactor, omdat verweerder zich baseerde op marktgegevens rond de waardepeildatum. Ook het ontbreken van een huurovereenkomst van eiser leidde niet tot een ander oordeel. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.