ECLI:NL:RBDHA:2015:14814
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over toepassing kostendelersnorm bij huurprijsdiscussie
Eiseres huurt een kamer in een woning en ontvangt een bijstandsuitkering die door verweerder is vastgesteld met toepassing van de kostendelersnorm, waardoor haar uitkering wordt verlaagd tot 50% van het wettelijk minimumloon. Eiseres betwist dat zij de in het huurcontract vermelde huurprijs van € 250 betaalt en stelt dat zij € 350 betaalt, maar kan dit niet met kwitanties bewijzen. Verweerder neemt aan dat de huurprijs € 250 is en acht dit bedrag te laag voor een commerciële huurrelatie, waardoor de kostendelersnorm wordt toegepast.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met de bewijsnood van eiseres en dat het bestreden besluit niet deugdelijk is gemotiveerd. De rechtbank wijst op het vereiste van een schriftelijke overeenkomst en bewijs van betaling voor het aantonen van een commerciële huurprijs. Ook wordt het gemeentelijk beleid dat uitgaat van een minimale huurprijs ter discussie gesteld.
De rechtbank gelast verweerder om binnen vier weken het gebrek in het besluit te herstellen en duidelijk te maken welk huurbedrag als uitgangspunt wordt genomen. Tot die tijd wordt het bestreden besluit geschorst en wordt verweerder opgedragen de kostendelersnorm niet toe te passen. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten voor het verzoek om voorlopige voorziening.
Uitkomst: De rechtbank schorst het bestreden besluit en wijst verweerder een bestuurlijke lus toe om het motiveringsgebrek te herstellen.