ECLI:NL:RBDHA:2015:15073
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering terugkomen op intrekking uitkeringen wegens gefingeerd werknemerschap
Eiseres ontving achtereenvolgens uitkeringen op grond van de WW, ZW en WIA over de periode 2006-2008. Het UWV had deze uitkeringen ingetrokken en teruggevorderd wegens gefingeerd werknemerschap, een standpunt dat in eerdere procedures werd bevestigd. Eiseres stelde haar gemachtigde aansprakelijk wegens het niet betalen van griffierecht, waardoor haar beroep niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank stelde vast dat bij inhoudelijke behandeling het beroep gegrond zou zijn verklaard.
Eiseres verzocht het UWV terug te komen op het besluit van 10 februari 2009, mede vanwege een gewijzigd standpunt van het UWV in een vergelijkbare zaak van een derde, waarin het UWV het voordeel van de twijfel gaf. Het UWV wees dit verzoek af omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren zoals vereist onder artikel 4:6 Awb Pro.
De rechtbank oordeelde dat jurisprudentie en rechterlijke uitspraken in vergelijkbare zaken geen nieuwe feiten of omstandigheden vormen. Het besluit van 10 februari 2009 was onherroepelijk geworden en de onjuistheid daarvan leidt niet tot verlies van rechtskracht. Het beroep van eiseres werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van het UWV om terug te komen op intrekking van uitkeringen wordt ongegrond verklaard.