ECLI:NL:CRVB:2015:3841
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek terugvordering bijstand wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellante ontving sinds 2002 bijstand en kreeg deze ingetrokken per 11 juni 2007 vanwege het niet hebben van haar hoofdverblijf op het opgegeven adres. Het college vorderde de bijstand terug over de periode juni tot en met december 2007.
Appellante verzocht in 2013 om herziening van dit terugvorderingsbesluit, maar het college wees dit af omdat zij geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd zoals vereist volgens artikel 4:6 Awb Pro. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat de door appellante overgelegde verklaringen niet als nieuw konden worden beschouwd, omdat deze al bij de bezwaarprocedure ingebracht hadden kunnen worden. Ook kon de verklaring van september 2015 niet worden meegewogen omdat deze te laat was ingediend.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep faalde en bevestigde de eerdere uitspraak, waarmee het verzoek tot herziening werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van het terugvorderingsbesluit wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.