ECLI:NL:RBDHA:2015:1561
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring wegens ontbreken zicht op uitzetting naar China
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van haar maatregel van bewaring en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het onderzoek geschorst om nadere informatie van verweerder te ontvangen over de uitzetting naar China.
Uit de verstrekte informatie blijkt dat de Chinese autoriteiten in 2013 en 2014 nauwelijks laissez-passers hebben afgegeven en dat het laatste contact met deze autoriteiten in september 2014 was. Ondanks diplomatieke inspanningen is er geen concreet zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn, ook niet bij volledige medewerking van eiseres.
De rechtbank oordeelt dat verweerder niet langer kan tegenwerpen dat eiseres onvoldoende meewerkt en verklaart de bewaring onrechtmatig met ingang van 11 februari 2015. Tevens wijst de rechtbank het verzoek om schadevergoeding toe voor één dag onrechtmatige bewaring en veroordeelt verweerder in de proceskosten.
De rechtbank acht de handelwijze van verweerder voldoende voortvarend en wijst het beroep gegrond. De maatregel van bewaring wordt onmiddellijk opgeheven en eiseres ontvangt een schadevergoeding van €80,-.
Uitkomst: De bewaring wordt met ingang van 11 februari 2015 onrechtmatig verklaard en onmiddellijk opgeheven, met toekenning van een schadevergoeding.