ECLI:NL:RBDHA:2015:1562
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring wegens ontbreken zicht op uitzetting naar China binnen redelijke termijn
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de voortzetting van zijn maatregel van bewaring en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het onderzoek geschorst voor nadere informatie van verweerder, waarna de zaak door de meervoudige kamer is behandeld.
De rechtbank stelt vast dat de Chinese autoriteiten sinds 2013 nauwelijks laissez-passers afgeven en dat het laatste contact met de Chinese autoriteiten in september 2014 was. Ondanks diplomatieke inspanningen is er geen concreet zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn, ook niet bij volledige medewerking van eiser.
Daarom kan verweerder niet langer stellen dat eiser onvoldoende meewerkt. De rechtbank acht de bewaring vanaf 11 februari 2015 onrechtmatig, beveelt onmiddellijke opheffing en kent een schadevergoeding toe van €80,- voor één dag onrechtmatige bewaring. Tevens worden proceskosten van €1.225,- aan verweerder opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank beveelt onmiddellijke opheffing van de bewaring en kent een schadevergoeding van €80,- toe wegens ontbreken zicht op uitzetting.