ECLI:NL:RBDHA:2015:1563
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring wegens ontbreken zicht op uitzetting naar China binnen redelijke termijn
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de voortzetting van zijn maatregel van bewaring en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het onderzoek geschorst voor nadere informatie van verweerder, waarna de zaak door de meervoudige kamer is behandeld.
De rechtbank constateert dat de Chinese autoriteiten sinds 2013 nauwelijks laissez-passers verstrekken en dat het laatste contact met DT&V in september 2014 was. Ondanks diplomatieke inspanningen ontbreekt het aan concrete aanknopingspunten voor uitzetting binnen een redelijke termijn, ook als eiser volledig meewerkt.
De rechtbank oordeelt dat verweerder niet langer kan tegenwerpen dat eiser onvoldoende meewerkt en dat de bewaring vanaf 11 februari 2015 onrechtmatig is. Het beroep wordt gegrond verklaard, de bewaring wordt onmiddellijk opgeheven en eiser ontvangt een schadevergoeding van €80 voor één dag onrechtmatige bewaring. Tevens worden de proceskosten aan verweerder opgelegd.
Uitkomst: De maatregel van bewaring wordt met onmiddellijke ingang opgeheven wegens ontbreken van zicht op uitzetting en eiser ontvangt een schadevergoeding van €80.