ECLI:NL:RBDHA:2015:3216
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verlenging bewaring vreemdeling wegens uitzettingsproblemen
Eiser, een Syrische vreemdeling, betwistte het verlengingsbesluit van 20 februari 2015 waarbij zijn bewaring met maximaal twaalf maanden werd verlengd. De bewaring was aanvankelijk opgelegd op 27 augustus 2014. Eiser voerde aan dat het besluit niet voldeed aan de vereisten van de EU-richtlijn 2008/115, met name dat er geen belangenafweging was gemaakt, geen lichter middel was onderzocht en dat er geen redelijke vooruitzichten op uitzetting bestonden.
De rechtbank overwoog dat de verlenging was gebaseerd op het feit dat ondanks redelijke inspanningen van verweerder de benodigde documentatie ontbrak en eiser onvoldoende meewerkte aan vaststelling van zijn identiteit en vertrek. De belangenafweging was gemotiveerd en toonde aan dat lichter middelen niet passend waren. Tevens was er geen aanwijzing dat de bewaring onredelijk bezwarend was geworden.
Verweerder had ook toegelicht dat de Marokkaanse autoriteiten nog niet hadden gereageerd op verzoeken om vervangende reisdocumenten en dat onderhandelingen over het sociale zekerheidsverdrag de uitzetting bemoeilijkten. De rechtbank zag geen reden om te twijfelen aan de voortvarendheid van verweerder en vond dat er nog een redelijk vooruitzicht op uitzetting bestond.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De uitspraak werd gedaan door rechter B. Meijer op 23 maart 2015. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de verlenging van de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.