ECLI:NL:RVS:2013:BZ5227
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- A.W.M. Bijloos
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering erkenning ontbreken zicht op uitzetting naar Algerije
De vreemdeling was in vreemdelingenbewaring gesteld en had beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank die het beroep ongegrond verklaarde. De rechtbank oordeelde dat de Algerijnse autoriteiten bereid zijn een laissez passer af te geven aan vreemdelingen die vrijwillig willen terugkeren en dat het ontbreken van identiteitsdocumenten niet betekent dat het zicht op uitzetting ontbreekt.
De vreemdeling stelde dat hij actief had meegewerkt aan het verkrijgen van een identiteitsdocument en dat het zicht op uitzetting daarom ontbrak. De staatssecretaris betoogde dat de vreemdeling onvoldoende concrete en verifieerbare gegevens had verstrekt en onvoldoende inspanningen had verricht om een identiteitsdocument te verkrijgen.
De Raad van State overwoog dat de vreemdeling niet voldoende controleerbare inspanningen had verricht na een poging via het Rode Kruis en dat hij geen bijzondere omstandigheden had aangevoerd die hem zouden vrijstellen van de medewerkingsplicht. De rechtbank had daarom terecht geoordeeld dat het zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn niet ontbreekt.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.