ECLI:NL:RBDHA:2015:4403
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek tegen kantonrechter in toezicht op curatoren en bewindvoerders
Verzoekster, benoemd tot curator en bewindvoerder sinds 2007, werd door de kantonrechter onder toezicht gesteld vanwege een strafrechtelijke veroordeling. De kantonrechter stelde voorwaarden en overwoog ontslag van verzoekster als curator en bewindvoerder in lopende zaken. Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen de kantonrechter, stellende dat de rechterlijke onafhankelijkheid in het geding was en dat het wrakingsverzoek tijdig was ingediend.
De kantonrechter betoogde dat het wrakingsverzoek te laat was en dat zij zonder vooringenomenheid kon oordelen. De wrakingskamer oordeelde dat het voorgenomen besluit van de kantonrechter een bestuurlijk besluit is en niet binnen het bereik van artikel 112 Grondwet Pro valt, noch onder artikel 36 Rv Pro (wrakingsbepaling). Verzoekster is geen partij in een procedure, waardoor zij niet-ontvankelijk is in haar wrakingsverzoek.
De wrakingskamer benadrukte dat het recht op berechting door een onpartijdig gerecht alleen geldt bij vaststelling van burgerlijke rechten of bij strafvorderingen, wat hier niet aan de orde is. Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen en verzoekster niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar wrakingsverzoek tegen de kantonrechter.