ECLI:NL:RBDHA:2015:6066
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot verrekening voorarrest met opgelegde straf in andere zaak
De eiser is in zaak 1 veroordeeld tot zes weken gevangenisstraf wegens bedreiging, nadat het hof het eerdere vonnis vernietigde. Hij zat echter 438 dagen langer in voorarrest dan de opgelegde straf. In zaak 2 werd hij veroordeeld tot een gevangenisstraf van dertien jaar, zonder verrekening van het teveel doorgebrachte voorarrest in zaak 1.
Eiser verzocht om verrekening van het voorarrest met de straf in zaak 2, primair door middel van aftrek van de straf en subsidiair tot schadevergoeding. De Staat verwees naar de wettelijke regels die verrekening alleen toestaan indien het voorarrest betrekking heeft op dezelfde zaak als de opgelegde straf.
De rechtbank oordeelt dat geen wettelijke grondslag bestaat voor verrekening tussen verschillende zaken. Het arrest van de Hoge Raad uit 2013 biedt geen steun, omdat dat betrekking heeft op een evidente vergissing binnen dezelfde zaak. Ook schending van EVRM-artikelen 5 en 6 wordt verworpen. De vorderingen worden afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Vordering tot verrekening voorarrest met straf in andere zaak wordt afgewezen wegens ontbreken van wettelijke grondslag.