Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.[A],
2. [B],
6. [F],
1.De procedure
- de dagvaarding van 24 januari 2014
- de conclusie van antwoord van 30 april 2014
- het tussenvonnis van 14 mei 2014
- het herstelvonnis van 14 mei 2014 gegeven op 23 mei 2014
- het herstelvonnis van 14 mei 2014 gegeven op 10 juni 2014
- het herstelvonnis van 18 juni 2014
- het proces-verbaal van comparitie van 7 april 2015.
2.De feiten
rb: bedoeld wordt de Richtlijn 2000/78/EG van de Raad van 27 november 2000 tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep) vormt een concretisering van voornoemd beginsel op het vlak van arbeid en beroep; zij beoogt een algemeen kader te scheppen ter waarborging van voor eenieder gelijke behandeling in arbeid en beroep, door het bieden van een effectieve bescherming tegen discriminatie op een van de in art. 1 genoemde Pro gronden, waaronder leeftijd (HvJEU 12 oktober 2007 (Palacios de la Villa), C-411/05, LJN BB8540, NJ 2008/38, punt 42; HvJEU 5 maart 2009 (Age Concern), C-388/07, LJN BH6032, NJ 2009/299, punt 23 en HvJEU 19 januari 2010 (Swedex), punt 20). Volgens de rechtspraak van het HvJEU moet een regeling volgens welke het bereiken door de werknemer van de in die regeling vastgelegde pensioengerechtigde leeftijd meebrengt dat de arbeidsovereenkomst van rechtswege wordt ontbonden, worden aangemerkt als een regeling die werknemers die deze leeftijd hebben bereikt direct ongunstiger behandelt dan andere economisch actieven. Een dergelijke regeling schept dus een direct op leeftijd gegrond verschil in behandeling, zoals bedoeld in art. 2 lid 1 en Pro 2, onder a, Richtlijn (HvJEU, Palacios de la Villa, punt 51).
3.Toepasselijke regelgeving
4.Het geschil
5.De beoordeling
Toetsingskader onrechtmatige overheidsrechtspraak
904,00(2 punten × tarief € 452,00)